Meester Wilfred en de stoute jongen die vieze dingen roept

Meester Wilfred en de stoute jongen die vieze dingen roept

 

In de klas van meester Wilfred zit een stoere jongen die Lee heet en soms heel hard vieze dingen door de klas roept. Hij vindt dat leuk omdat andere kinderen dan om hem moeten lachen. Als kinderen om je moeten lachen betekent dat meestal dat je populair bent. Lee wil graag populair zijn op school want thuis vindt niemand hem aardig. Populair ben je niet als ze je uitlachen. Dat is weer heel wat anders. Dan vinden ze je zielig. Lee weet eigenlijk niet zeker of ze hem toe- of uitlachen. Vandaag is het weer zo ver. Lee gooit zijn geschiedenisboek op de grond en roept heel hard ‘klote tyfus’! Niemand weet waarom hij ‘klote tyfus’ roept, Lee ook niet maar het klinkt in ieder geval goed. Een ziekte doet het immers altijd goed bij het schelden. Lee weet dat want hij heeft verstand van schelden. Hij staat op van zijn stoeltje en staande achter zijn tafeltje roept hij weer ‘klote tyfus’! Nu nog veel harder dan de eerste keer.

Volg de verhalen bij Fibbe SCL over meester Wilfred als rolmodel voor ouders en leerkracht

De andere kinderen lachen een beetje. Ze vinden het wel knap dat hij dat durft maar tegelijkertijd ook wel een beetje dom omdat de meester er niet blij mee zal zijn en hij dan waarschijnlijk straf krijgt. Zo zijn veel meesters en juffen in ieder geval. Bovendien, wat levert het nou eigenlijk helemaal op? Van lachende kinderen krijg je geen betere cijfers zeggen de nerds.

Meester Wilfred is heel ervaren en blijft altijd heel rustig. Daar worden de kinderen ook rustig van. Nu blijft meester Wilfred ook heel erg rustig. Hij zegt niets en kijkt naar Lee. Die trekt zijn mond nog een keer helemaal open en schreeuwt het uit: kloooootuuuuu tyyyyyyfusssss! Als hij klaar is, kijkt hij of de meester al boos wordt. Maar de meester wacht rustig tot Lee klaar is. Hij wordt niet boos. Hij zegt: ‘Zo Lee, kom maar even voor de klas staan’. Lee kijkt de meester aan en stapt achter zijn bankje vandaan. Eerst durft hij niet zo goed. Stap voor stap loopt hij naar voren. Hij weet niet precies wat de meester van plan is. Als hij voor de klas staat zegt de meester: ‘Nou Lee, nu mag je zo vaak als je wilt en zo hard als je kunt klote tyfus roepen. Ga je gang’. Lee kijkt een beetje verbaasd maar dan zet hij zijn grootste keel op en begint te schreeuwen. Na de eerste keer lachen de kinderen heel hard. Ze vinden het maar raar dat Lee dat zomaar mag. Dan mogen zij ook wel lachen. Lee gaat door. Na vier keer ‘klote tyfus’ is hij even stil. Er lachen niet zo veel kinderen meer als in het begin. Het gaat ze een beetje vervelen. ‘Kom Lee’, zegt meester Wilfred, ‘ben je nou al klaar’? Lee zet nog een keer aan, zo hard als hij kan. Maar de kinderen lachen niet meer. Sommigen gaan zelfs weer verder met lezen in hun geschiedenisboek. Lee blijft stil staan en kijkt in het rond. De meester kijkt hem vragend aan maar Lee heeft geen zin meer. Hij loopt naar zijn tafeltje en laat zich op zijn stoel ploffen. Hij mompelt nog wat, raapt zijn geschiedenisboek op, slaat het open op een willekeurige bladzijde en begint te lezen. De meester wacht tot alles rustig is. Daarna mogen de kinderen opruimen en naar buiten. Lee loopt snel langs de meester naar de deur. De meester zegt niets maar Lee ziet wel een kleine glimlach. Hij wil later ook meester worden besluit hij en rent naar buiten. De meester is tevreden dat het allemaal goed afgelopen is. Rustig blijven werkt altijd beter dan mee gaan schreeuwen. De meester pakt een boterham met dubbel kaas uit zijn trommel en neemt een grote hap.

 

De belevenissen van Meester Wilfred zijn niet alleen grappig maar ook leerzaam. Kinderen, juffen, meesters, docenten, hoogleraren, professoren, directeuren, intern begeleiders, iedereen kan wel iets van meester Wilfred leren.