Niet fijn die korte termijn

Ieder kind heeft recht op geluk, laten we het daar alvast over eens zijn. Zijn we eensgezind over wat geluk voor een kind dan wel inhoudt ? Laat me eens proberen:

 

Verreweg de meeste ouders hebben de beste bedoelingen. Ze willen hun kind alles geven wat het maar wil, maar bovenal een goede toekomst vol geluk. Hun geluk gaat ons boven alles. We proberen het geluk te bevorderen door ons kind te begeleiden, adviseren, commanderen, inspireren en ook door te ‘geven’. ‘Geven’ zit ons in het bloed. Wie ‘geeft’ krijgt ook wat terug. Wat we geven? Allereerst heel veel liefde. Maar ook veel spullen, verre reizen en mooie kleding. ‘Geven’ geeft ons een goed gevoel over onszelf, als je veel kunt geven ben je een goede ouder, denken we. Waar houdt de liefde op en zijn er andere redenen waarom we graag geven? “Mijn kind heeft alles wat haar hartje begeert en dat is wel even wat anders dan die kindjes in Afrika. Onbegrijpelijk hoe die daar nog zo lachend kunnen rondlopen met nauwelijks kleren aan hun ranke lijfjes”. Ons kind ‘krijgt’ en loopt vanzelfsprekend over van dankbaarheid jegens ons, de ouders.

Kindje een beetje last van diarree? Vader glimlacht en trekt zijn portemonnee! We geven geld en mooie spullen, wat wil een kind nog meer?  McDonald’s? Geen probleem.  Hoe kan het nou dat mijn kind vervolgens niet de hele dag glimmend van tevredenheid en overspoeld door dankbare gevoelens jegens papa en mama door het huis loopt? Wat een ondankbaar kind, heeft alles wat haar hartje begeert en nog loopt ze met een lang gezicht. De verklaring zoeken we uiteraard als ouder niet bij ons zelf, wij geven immers alles, neen, de verklaring zit in ons kind. Ach ja, het is natuurlijk de pubertijd, ook zo’n veelvuldig gebruikt containerbegrip waarmee we alle gedrag verklaren en tja, de pubertijd is een lichamelijke kwestie waar je als ouder geen invloed op hebt dus laat maar gaan. Of nee, ik denk dat mijn kind een burn out heeft. En als het dat niet is, is het waarschijnlijk ADHD of misschien toch een depressie. Zijn daar pillen voor? Kom op, naar de hulpverlening met dat verwende wicht. Gisteren liep ze volkomen boos de kamer uit, gillend dat ze ons haat. Heb je ooit zo iets gehoord? wat is er mis met dat kind? Wat ons betreft is de maat vol. Alles doen we voor haar maar wat doet ze voor ons? Niks meneer, ze ruimt nog geen lepeltje op!

 

Niks menselijks is ons vreemd. De waan van de dag dringt zich altijd en overal aan ons op. Korte termijn bevrediging (zo noemen we dat) staat altijd maar weer vooraan om ons te verleiden om te kiezen voor ‘meteen een lekker gevoel’. Op de achtergrond voelen we heus wel de lange termijn naar ons kijken en dat geeft een vervelend gevoel, eigenlijk een steeds vervelender gevoel. Dus nemen we nog wat lekkers, kopen wat in de winkel en kijken een film. Maar het lange termijn spook wil maar niet verdwijnen.  We worden dikker, bozer, armer, rustelozer en verdrietiger en alle moorkoppen en feelgood movies kunnen dat niet meer wegnemen. Ons kind kiest voor de film in plaats van voor huiswerk. Anderhalf uur een leuke film. Maar op de achtergrond zoemen de gevolgen. Morgen misschien een overhoring en ik snap er niets van. Dat voelt niet goed, dan nog maar een film. Zo ondermijnt het korte termijn plezier de lange termijnplannen.

 

Vermijding beste lezers, hebt u daar wel eens over gedacht? Ik wel. Het vermijden van pijn en stress houdt ons meer bezig dan het verwerven van plezier en ontspanning. We vinden altijd wel weer een reden om ons gedrag te rechtvaardigen. Dat noemen we cognitieve dissonantie. Het houdt ons voor de korte termijn op de been omdat we met deze trucks de waarheid niet onder ogen hoeven te zien. Op de lange termijn komen we niet meer weg met vermijding en cognitieve dissonantie omdat de gevolgen zich eenvoudigweg aan ons opdringen.

 

Een kind dat erg op de korte termijn bevrediging gericht is leeft van dag tot dag, thuis maar zeker ook op school. Dat betekent dat de nou eenmaal altijd wisselende waan van de dag de stemming bepaalt. De stemming wisselt net zo snel als de dagelijkse gebeurtenissen en maakt een kind emotioneel instabiel. Voor je het weet kan een kind niet meer anders en groeit op naar een toekomst die voorgoed door de waan van de dag geregeerd wordt. Een kind dat in staat is langere termijn doelen te stellen overziet het geheel van gebeurtenissen. Dan is een slecht cijfer nog steeds vervelend maar gezien in de totale cijferlijn en het doel om straks te kunnen gaan studeren en op kamers te gaan wonen zorgt voor rust en redelijkheid. Als je dat op een jonge leeftijd leert is succes bijna gegarandeerd!

 

Geluk zit hem niet in wat je bezit, het zit in wat je doet, en in veel gevallen ook, de mensen waarmee je dat doet. Stuur al die merkkleding en dure cadeaus maar gauw terug naar de webwinkel waar ze vandaan kwamen. Wat je doet moet bepaald worden door wat je passie is. Een goed plan begint dus bij het vaststellen van passie.

Veel kinderen vinden het leuk op school, andere kinderen leven pas op als de school uit is en ze naar huis kunnen.

Wat maakt het dat sommige kinderen het leuk vinden op school en anderen niet? Dat kunnen een hoop verschillende dingen zijn maar onderzoek wijst uit dat er een paar zaken bepalend zijn. Sonja Lyubomirsky concludeert dat het geluk wat we ervaren voor 50% verklaard kan worden uit erfelijke factoren, 10% uit omstandigheden en 40% uit activiteiten die we ondernemen.

Dat betekent dat een kind de helft al niet zelf in de hand heeft. Op de omstandigheden heeft het ook al niet zoveel invloed dus resten de activiteiten. Als die ook niet inspireren blijft er weinig over. We moeten dus zorgen dat die activiteiten het (school)leven leuk maken. We moeten opzoek naar wat het kind drijft. Ieder kind heeft een passie, neem dat maar van mij aan. Ieder kind heeft dingen waar het enthousiast over is, dingen die het graag doet of ziet. Wat doet een kind het aller- allerliefst? En krijgt het kind daadwerkelijk de kans om met die passie bezig te kunnen zijn? En liggen in die passie ook niet sterke punten van die kinderen voor het oprapen? Ieder kind heeft sterke punten, neem dat ook maar van mij aan! En waar je goed in bent, dat doe je over het algemeen graag!

 

We willen dat ons kind gelukkig is. Geluk kan je onderverdelen in drie lagen: 1. Lol hebben (aangeboren?) 2. Je gebruikt je talenten (zo kan je vaardigheden ook noemen) en sterke punten in je dagelijks (school)leven. Maar wat zijn dan je sterke punten? Lang niet ieder kind heeft die al bij zichzelf ontdekt. 3. Betekenisvol leven waarbij je jezelf in dienst stelt van iets groters dan jezelf. Dat geldt voor kinderen meestal nog niet. Als alleen de eerste vorm van geluk aanwezig is, is dat niet voldoende op termijn. Je moet alle drie de vormen op één lijn brengen.

 

Richting en actie moeten direct met elkaar verbonden zijn. Een bondig rapport schrijven is mooi maar het is een illusie om dan ook te verwachten dat dat tot de juiste actie leidt. Daar gaat het heel vaak mis. Mooi rapport maar wat moet je daar nou precies mee. Wat heeft het kind er aan? Onderzoeken en rapporten zijn in de loop der jaren steeds verder van de werkelijkheid komen af te staan. Een onderzoek leidt helaas niet zomaar tot de juiste aanpak. Dat is het moeilijkste onderdeel van het vak en dat is nou juist waar Fibbe SCL in gespecialiseerd is. De deskundigheid is er bij Fibbe SCL op gericht de praktische situatie voor een kind te verbeteren. Mooie rapporten met stempels (ADHD, dyslexie, slechte werkhouding, autisme, etc.) zijn leuk en aardig maar slechts een middel dat in dienst moet staan van de praktijk.

 

We leren vooral uit ervaring. Je zou dus kunnen zeggen dat wat we denken en doen gebaseerd is op ervaring. Slechts een klein deel van ons gedrag is bewust. Het overgrote deel verloopt automatisch. Bewuste gedragingen die ons een goed gevoel of resultaat geven worden door herhaling geautomatiseerd, ze gaan vanzelf.

 

Henk Fibbe